> Dossier > Verlenging van het artiestenstatuut.

Inleiding

Voor toekenning of verlenging van het voordeel van artikel 116 § 5 K.B. is het voor het werkloosheidsbureau belangrijk te weten of de prestaties uitgevoerd zijn als schouwspelwerknemer (technicus of artiest) in hoofdberoep.
Bijv.: acteur, zanger, regisseur, muzikant, danser, technici te werk gesteld bij theaters, bij de televisie, bij de film, het circus, concertzalen,...).

Voor toekenning of verlenging van het voordeel van artikel 116 § 5 worden immers niet in aanmerking genomen:

  • prestaties van korte duur in andere sectoren dan de schouwspelsector (bijv. : als journalist, als leerkracht – zelfs in een kunstschool, als uitzendkracht in andere sectoren,…);

  • artistieke prestaties van scheppend kunstenaars, tenzij ze "op tournee gaan" met de voorstelling (bijv. : decor- of kostuumontwerper).
Gevraagde bewijzen

Opdat het bureau dit zou kunnen nagaan, moet de werknemer bewijzen dat hij wel degelijk als loontrekkende in de schouwspelsector te werk gesteld was.

Het is mogelijk dat het bureau over voldoende gegevens beschikt.

Is dat niet het geval, dan zal het bureau extra bewijzen vragen waaruit blijkt dat de werknemer wel degelijk in de schouwspelsector te werk gesteld was.

Dit kan blijken uit een vermelding in de arbeidsovereenkomst

Personen die rechtstreeks voor een opdrachtgever werken, hebben een arbeidsovereenkomst ondertekend.
Kunstenaars die werken via een sociaal bureau voor kunstenaars (die eigenlijk uitzendkantoren zijn) hebben een contract met dit SBK getekend.
Het kan, in bepaalde gevallen, dat er geen arbeidsovereenkomst is (wanneer de kunstenaar enkel gebruik maakt van artikel 1bis van de wet van 27.06.1969)

Dit kan ook blijken uit elk ander bewijsstuk

waaruit de prestatie vastgesteld kan worden, zoals bijvoorbeeld een kopie van de publiciteit rond het schouwspel (affiche, krantenartikels, outprint van een webpagina, recensies in de pers,…)
     
News

Onze burelen zijn gesloten op 17 en 18 mei
Dank u voor uw begrip.